Vloeistofkerende voorzieningen

In wet- en regelgeving is een kerende voorziening slechts globaal gedefinieerd, waardoor in specifieke gevallen discussie met bevoegd gezag kan ontstaan over de kwaliteit van de voorziening. In voorkomende gevallen kunnen wij u ondersteunen door de voorzieningen voor u met onze expertise te beoordelen. Hierbij worden de volgende stappen doorlopen:

– Inventarisatie van bronnen van lekkages door bedrijfsvoering;
– Beoordelen van betreffende voorziening op gebreken die invloed hebben op de kerende eigenschappen;
– Aangeven welke gebreken eventueel hersteld dienen te worden;
– Kwalificatie van de voorziening;
– Indien gewenst een door ons afgegeven Verklaring vloeistofkerende voorziening.

De resultaten worden gerapporteerd in een inspectierapportage.

Ook niet vloeistofdichte vloeren of verhardingen vormen een fysieke barrière tussen de activiteit en de bodem, maar deze hebben slechts een bodembeschermend effect als lekkages, morsingen e.d. onmiddellijk na constatering worden opgeruimd, dus voordat de stoffen in de bodem indringen.’ ‘Een kerende voorziening dient zodanig te zijn uitgevoerd dat de opgevangen (vloei)stof niet weglekt voordat de verzamel- en/of schoonmaakwerkzaamheden zijn voltooid. Uiteraard zijn hierbij stofeigenschappen als viscositeit en oplosbaarheid van belang. Daarbij zijn voor de bepaling van het kerend vermogen de aanwezigheid en grootte van de naden van bepalend. Langs naden kunnen stoffen toch in de bodem terechtkomen, zeker wanneer niet onmiddellijk een opruimactie wordt gestart. Daardoor is het bodembeschermend effect van dergelijke kerende voorzieningen bij lekkages en morsingen van vloeistoffen beperkt.’ (uit deel A5, §5.2.4 van de NRB, publicatie 2012).