Risicoanalyse

Besmetting van mensen met de legionella-bacterie onstaat door het inademen van zeer fijne waterdruppels (aërosolen) met legionella. Besmetting is op meerdere manieren te voorkomen:

– Geen aërosolvorming aan de tappunten;
– Afdoden van eventueel aanwezige legionella aan aërosolvormende tappunten;
– Voorkomen van aanhechting en groei van legionella in leidingwaterinstallaties, zodat aan de tappunten geen legionella vrijkomt;
– Voorkomen van blootstelling aan aërosolen door de installatie hermetisch af te sluiten of door persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken.

Met behulp van een risicoanalyse kan worden beoordeeld of voor een bepaalde leidingwaterinstallatie risico bestaat op besmetting.

Beperkte risicoanalyse

Bij uitvoering van de beperkte risicoanalyse wordt in eerste instantie alleen gekeken naar de tappunten. Het is dan in principe mogelijk dat het leidingwater legionella bevat. De rest van de installatie wordt buiten beschouwing gelaten. De beperkte risicoanalyse is er op gericht om aan te tonen dat er onder gebruikelijke omstandigheden geen relevante hoeveelheden inadembare aërosolen zijn.

Mocht uit de risicoanalyse blijken dat er relevante hoeveelheden aërosolen gevormd worden, dan kan met maatregelen in de enkelvoudige uittapleiding bij het tappunt het eventuele risico worden geëlimineerd. Deze aanpak is vrijwel alleen geschikt voor eenvoudige installaties met een een gering aantal aërosolvormende tappunten. Voor andere installaties geldt dat een uitgebreide risicoanalyse moet worden uitgevoerd.

De te nemen maatregelen worden vastgelegd in het beheersplan. Periodieke uitvoering van de maatregelen moet worden vastgelegd in een logboek.

Uitgebreide risicoanalyse

Voor waterleidingsystemen met veel aërosolvormende tappunten, systemen waar preventie aan het tappunt niet haalbaar is of in, wordt een uitgebreide risicoanalyse uitgevoerd. Bij de uitgebreide risicoanalyse wordt het gehele leidingwatersysteem vanaf de leveringsgrens tot en met de tappunten beoordeeld. Waar nodig kan met installatieaanpassingen en/of maatregelen een Legionella veilige installatie worden gerealiseerd. Periodieke beheersmaatregelen worden vastgelegd in een beheersplan. Uitvoering van de maatregelen wordt vastgelegd in een logboek.

Een uitgebreide risicoanalyse wordt altijd uitgevoerd bij locaties waar mensen verblijven met een verhoogde vatbaarheid voor Legionella, zoals bijvoorbeeld ziekenhuizen en zorginstellingen waar:

– Transplantaties worden uitgevoerd;
– Patiënten met chronische longaandoeningen verblijven;
– Een afdeling hematologie of oncologie is;
– Of waar patiënten met een immuunstoornis verblijven.

Aërosolvormende tappunten

Onder tappunten worden niet alleen de punten verstaan waar water door de gebruiker getapt wordt, maar tevens de punten waar water voor andere doeleinden gebruikt wordt en waarbij de gevormde aërosolen met mensen in contact kunnen komen, bijvoorbeeld:

– Voeding bubbelbad;
– Voeding adiabatische luchtbevochtiging;

Tappunten die relevante hoeveelheden inadembare aërosolen kunnen opleveren zijn onder andere:

– Douche;
– Sproeidouche in keuken;
– Nood- en oogdouches (bij testen);
– Brandslang (indien niet verzegeld en/of incidenteel gebruikt);

Daarnaast zijn er voorzieningen welke worden gevuld met leidingwater maar niet zijn aangesloten op een leidingwaterinstallatie, bijvoorbeeld:

– Hogedrukreiniger;
– Tuinsproeier;
– Fontein in gebouw;
– Bubbelbad / whirlpool;
– Koeltoren(s);
– Adiabatische luchtbevochtiging

Deze voorzieningen vallen buiten het Drinkwaterbesluit en de daarin opgenomen eisen omtrent risicoanalyses en beheersplannen. Zorgplicht en aanvullende eisen zijn voor deze voorzieningen van toepassing bij bedrijfsmatig gebruik. Zie bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit en het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Aanpassing systeem

In voorkomende gevallen is het mogelijk om de risico’s te verwijderen door de leidingwaterinstallatie aan te passen conform NEN 1006. Bijvoorbeeld door:

– Niet gebruikte of onnodige tappunten te verwijderen;
– Dode leidingstukken te verwijderen;
– Wegnemen van hotspots in de installatie;

Voor bestaande installaties, waar bijvoorbeeld de leidingen in het beton liggen, is dit vaak geen financieel haalbare kaart en blijft er geen andere optie open dan een of meerdere periodieke beheersmaatregelen.

Om te voorkomen dat u periodiek kostbare beheersmaatregelen moet uitvoeren, verdient het dan ook de aanbeveling om leidingwaterinstallaties aan te leggen en/of aan te passen conform NEN 1006.