FAQ

Inspectie keuring vloeistofdichte vloer of verharding, luchttest.

WANNEER IS EEN VLOER VLOEISTOFDICHT?
De definitie van vloeistofdicht volgens AS6700 luidt als volgt: "Vloeistofdicht is de situatie waarbij een vloeistof de niet met vloeistof belaste zijde van een voorziening niet heeft bereikt." Hoe zit het met vloeistofkerende vloeren? Vaak wordt preventieve bodembescherming al te gemakkelijk vertaald in verplichte vloeistofdichte vloeren. Maar een goed samenspel tussen gerichte organisatorische maatregelen (milieuzorg) en bronmaatregelen (lekbakken) is vaak minstens zo effectief. In dat laatste geval kan worden volstaan met een zogenaamde vloeistofkerende vloer of verharding. SFA-Testsystemen helpt u bij deze maatregelen. Wanneer komt een vloer of verharding in aanmerking voor het predikaat vloeistofkerend? De definitie van vloeistofkerend luidt als volgt: "Vloeistofkerend is de situatie waarbij een vloer of verharding zodanig is uitgevoerd, dat een daarop gemorste vloeistof kan worden opgeruimd voordat deze er doorheen of er vanaf kan stromen". Voorzieningen die als vloeistofkerend worden aangeduid, behoeven geen inspectie door een onafhankelijk inspectiebureau, zoals dat wel geldt voor vloeistofdichte vloeren. Voor vloeistofkerende voorzieningen (bijvoorbeeld garagewerkplaatsen) geldt dat een combinatie van beheersmaatregelen, toezicht en inspectie, uitgevoerd door de gebruiker zelf, kan leiden tot een voldoende mate van bodembescherming in relatie tot de uitgevoerde bedrijfsactiviteiten. Deze maatregelen worden ook wel samengevat met de term "incidentenmanagement". SFA-Testsystemen kan u behulpzaam zijn bij het invoeren van de zogenoemde organisatorische beheersmaatregelen behorende bij vloeistofkerende voorzieningen. N.B. Er worden op dit moment door diverse bedrijven "Verklaringen" afgegeven op vloeistofkerende voorzieningen. Deze verklaringen zijn niet wettelijk erkend en er kan dus geen enkele waarde aan worden toegekend.
MOET UW VLOEISTOFDICHTE VLOER GEÏNSPECTEERD WORDEN?
Vloeistofdichtevloeren en verhardingen kunnen worden vereist vanuit een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of vanuit een vergunning op basis van de Wet Milieubeheer. Wanneer u SFA-Testsystemen voor een inspectie inschakelt, onderzoeken wij altijd eerst of de kwalificatie "vloeistofdicht" wel past bij het te beoordelen object. Indien met een lichter regime kan worden volstaan, zal SFA-Testsystemen u daarvan op de hoogte brengen en waar nodig behulpzaam zijn bij het overleg hierover met het Bevoegd Gezag (bijvoorbeeld gemeente of provincie).
WAT HOUDT EEN KEURING VAN EEN VLOEISTOFDICHTE VLOER OF VERHARDING IN?
Soms is een vloeistofdichte vloer of verharding essentieel voor een doelmatige bescherming van de bodem. Het Bevoegd Gezag zal voor een dergelijke vloer een geldige Verklaring Vloeistofdichte Voorziening (voorheen PBV-Verklaring) verlangen. Dat betekent dat een inspectie moet worden uitgevoerd door een Deskundig Inspecteur, werkzaam bij een door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd en een door VROM kwalibo-erkend inspectiebureau, zoals SFA-Testsystemen. Deze inspecteert de voorziening op basis van AS6700. Dit document bevat regels en eisen om te beoordelen of een voorziening die vloeistofdicht moet zijn, dat ook daadwerkelijk is. Wanneer de Deskundig Inspecteur vaststelt dat aan alle eisen is voldaan (eventueel na herstel van mogelijk gesignaleerde gebreken), dan wordt door hem een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening afgegeven. Indien dit niet het geval is, dan verstrekt hij een rapport waarin de geconstateerde gebreken en herstelopties zijn opgenomen. Nadat de geconstateerde gebreken gereed zijn gemeld bij de inspecteur, zal hij het herstelwerk beoordelen op de eisen uit de Aanbeveling en indien ze voldoen zal hij alsnog een Verklaring afgeven.
WAT IS EEN VERKLARING VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING (VOORHEEN PBV-VERKLARING)?
Een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening is een door de Deskundig Inspecteur afgegeven bewijs dat de betreffende Vloeistofdichte Voorziening op het moment van afgifte van de Verklaring voldoet aan de eisen zoals gesteld in AS6700. In beginsel is een Verklaring 6 jaar geldig. Of de voorziening in die periode ook haar vloeistofdichte functie behoudt, moet in de regel jaarlijks door de houder van de Verklaring aantoonbaar worden beoordeeld. Deze beoordeling wordt de "bedrijfsinterne controle" genoemd en kan ook door SFA-Testsystemen worden uitgevoerd. De Verklaring Vloeistofdichte voorzieningen is voor Bevoegd Gezag hét bewijs dat de betreffende voorziening door een onafhankelijk deskundig inspecteur als vloeistofdicht is aangemerkt. Per 1 oktober 2008 is de PBV-Verklaring niet langer opgenomen in het Activiteitenbesluit. De inspecties conform AS6700 en voorheen CUR/PBV Aanbeveling 44 worden sindsdien geregistreerd bij de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB, http://www.sikb.nl). Afgegeven PBV-Verklaringen blijven geldig tot verstrijken van de op deze verklaringen vermelde termijnen.
WORDT DE BEDRIJFSRIOLERING OOK GEKEURD?
Vaak is een vloeistofdichte vloer of verharding aangesloten op het bedrijfsriool. Echter niet altijd is er in de Milieuvergunning dan wel in de van toepassing zijnde AMvB opgenomen dat de bedrijfsriolering ook overeenkomstig AS6700, protocol 6703 moet worden beoordeeld. In alle gevallen zal de Deskundig Inspecteur de gebruiker van de voorziening attenderen op de mogelijke risico's van bodemverontreiniging door bedrijfsafvalwater dat wordt afgevoerd door een mogelijk defect bedrijfsriool. SFA-Testsystemen adviseert haar opdrachtgevers dan ook om ook de bedrijfsriolering aan een regelmatige inspectie te onderwerpen. Door middel van het afpersen van de riolering kunnen wij de mate van vloeistofdichtheid voor u bepalen.
OPLEVERINGSCONTROLE NIEUWE VLOEISTOFDICHTE VLOER
Bij de aanleg van een nieuwe vloeistofdichte voorziening (vloer, verharding, bedrijfsriolering) is de toekomstige gebruiker erbij gebaat zeker te weten dat de aangelegde voorziening op alle punten ook daadwerkelijk vloeistofdicht is. U betaalt voor een vloeistofdichtevloer of verharding, dus u wilt ook de garantie dat deze vloeistofdicht is. Door het uitvoeren van een opleveringscontrole met behulp van het SFA Luchttest systeem, iets dat inmiddels vele opdrachtgevers al doen, kan die zekerheid worden verkregen. Alle gebreken die met de SFA Luchttest worden gesignaleerd, kunnen dan nog vóór oplevering op kosten van de aannemer worden hersteld. Vanzelfsprekend kan op basis van dit onderzoek (en na eventueel herstel) ook direct de Verklaring Vloeistofdichte Voorziening op deze voorziening worden afgegeven. Neem contact met ons op voor de besteksteksten voor een opleveringsinspectie van uw vloeistofdichte vloer of verharding.
IK HEB AL EEN (PBV) VERKLARING VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING. MOET IK EEN NIEUWE VERKLARING?
Een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening Voorheen PBV Verklaring) die is afgegeven door een gecertificeerd inspectiebureau, is geldig tot 6 jaar na de keuringsdatum.
IK HEB EEN GARAGEBEDRIJF MET WERKPLAATS. HEB IK EEN VERKLARING VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING NODIG?
Garagebedrijven met een werkplaats hebben, afhankelijk van de eisen van het bevoegd gezag, twee opties, namelijk: een vloeistofkerende voorziening in combinatie met incidentenmanagement, óf een vloeistofdichte vloer of verharding. Het Activiteitenbesluit schrijft niet voor dat werkplaatsen bij gagaragebedrijven over een vloeistofdichte vloer of verharding moeten beschikken. Volgens de huidige wetgeving kunt u in principe volstaan met een vloeistofkerende voorziening. Onder een vloeistofkerende voorziening wordt bijvoorbeeld een vloer van niet afgedichte betonplaten verstaan. Dit houdt in dat u in de meeste gevallen geen aanpassingen aan uw vloer hoeft te laten doen. Echter, u dient wel aantoonbare organisatorische maatregelen te treffen. Onze ervaring leert ons dat het in de praktijk erg lastig blijkt om dergelijke maatregelen in te voeren in de bedrijfsvoering. In een milieuzorgsysteem spelen in documenten vastgelegde beleidsstatements, procedures, werkinstructies en bijbehorende registraties en rapportages een grote rol. Naast het opstellen van een beleidsverklaring, een risico inventarisatie en evaluatie en inspectie- en onderhoudsplannen moet er voldoende instructie en voorlichting worden gegeven aan het personeel. Het personeel dat zich dagelijks op de werkvloer begeeft heeft namelijk de verantwoordelijkheid op zich om alle calamiteiten die zich voordoen, zoals het morsen van olie, benzine of smeermiddelen, te registreren. Wij adviseren u dan ook om dusdanige aanpassingen aan uw vloeren uit te laten voeren, dat deze administratieve lasten voor u en uw personeel niet noodzakelijk zijn. U en uw personeel kunnen zich dan met een gerust hart bezig houden met hetgeen wat voor u geld oplevert. Antiroestbehandelingen en het deconserveren van motorvoertuigen moet altijd boven een vloeistofdichte vloer worden uitgevoerd. Wanneer u kiest voor vloeistofdichte vloer, kan in de meeste gevallen volstaan worden met het afdichten van voegen en aansluitingen met een speciaal daarvoor bestemde voegmassa. U bent vrij in uw keuze om hiervoor een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening af te laten geven. Zowel bij een vloeistofkerende, als bij een vloeistofdichte vloer moet er minimaal één keer per jaar een bedrijfsinterne controle uitgevoerd worden. Het bevoegd gezag in uw regio controleert of deze controles met de vereiste regelmaat en bekwaamheid worden uitgevoerd. Wanneer u een contract met ons afsluit voeren wij deze bedrijfsinterne controles voor u uit, u ontvangt van ons een controlerapport. U betaalt hier voor slechts een geringe prijs.
IK HEB EEN WASPLAATS. HEB IK EEN VERKLARING VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING NODIG?
Voor uw wasplaats bent u verplicht een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening te kunnen overleggen aan het bevoegd gezag. Wanneer u nog niet in het bezit bent van deze verklaring moet de wasplaats gekeurd worden door een deskundig inspecteur. De inspecteur maakt een inspectierapport op waarin hij aangeeft welke gebreken de wasplaats vertoont en hoe die hersteld moeten worden. Wij kunnen deze gebreken voor u herstellen, waarna u na onze gereedmelding van de werkzaamheden bij de inspecteur de Verklaring ontvangt. Deze Verklaring is zes jaar geldig. Binnen deze zes jaar dienen er echter wel jaarlijks bedrijfsinterne controles uitgevoerd te worden. Wanneer u een contract met ons afsluit voeren wij deze bedrijfsinterne controles voor u uit, u ontvangt ons een controlerapport. U betaalt hiervoor slechts een geringe prijs.
IK HEB EEN TANKSTATION. HEB IK EEN VERKLARING VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING NODIG?
Tankstations dienen op grond van het Activiteitenbesluit een maal per 6 jaar beoordeeld en goedgekeurd te worden conform AS 6700. Alle vloeistofdichte verhardingen bij tankstations dienen beoordeeld en goedgekeurd zijn door een onafhankelijk inspecteur. Nadat de verharding is gekeurd dienen er herstelwerkzaamheden uitgevoerd worden. Nadat de aannemer de herstelwerkzaamheden gereed heeft gemeld bij de inspecteur, ontvangt u de Verklaring Vloeistofdichte Voorziening. Deze verklaring is 6 jaar geldig. Binnen deze zes jaar dienen er echter wel jaarlijks bedrijfsinterne controles uitgevoerd te worden. Wanneer u een contract met ons afsluit voeren wij deze bedrijfsinterne controles voor u uit, u ontvangt van ons een controle-rapport. U betaalt hiervoor slechts een geringe prijs.
IK HEB EEN TRANSPORT- EN OVERSLAGBEDRIJF. HEB IK EEN VERKLARING VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING NODIG?
Of transport- en overslagbedrijven moet beschikken over een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening, is afhankelijk van de eisen van het bevoegd gezag. Indien u reeds over een vloeistofdichte vloer beschikt, moet hierop een Verklaring afgegeven worden. Deze verklaring is 6 jaar geldig. Binnen deze zes jaar dienen er echter wel jaarlijks bedrijfsinterne controles uitgevoerd te worden. Wanneer u een contract met ons afsluit voeren wij deze bedrijfsinterne controles voor u uit, u ontvangt van ons een controle-rapport. U betaalt hiervoor slechts een geringe prijs.
OVERIGE MILIEUKEURINGEN
Door combinatie van meerdere verplichte inspecties en controles op uw locatie, kan met een efficiënte inzet van middelen, een optimaal resultaat worden bereikt. Zo kunnen wij het inspectieprogramma voor vloeistofdichte vloeren of verhardingen desgewenst combineren met activiteiten in het kader van:Rioolinspectie Grondwatermonitoring Dampretoursystemen Bodemluchtmonitoring Meting bodemweerstand Inspectie aarding KB en water/bezinksel ondergrondse tanks en leidingen Et cetera.

Controle en onderhoud blusmiddelen.

WELKE 3 FACTOREN SPELEN EEN ROL BIJ HET ONTSTAAN VAN BRAND?
De drie elementen die brand veroorzaken vormen de zogenaamde vuurdriehoek. De vuurdriehoek bestaat uit (1) brandbaar materiaal, (2) zuurstof, (3) temperatuur. Zodra één van deze elementen ontbreekt, kan geen brand ontstaan.
WELKE SOORT BLUSSERS ZIJN ER OP DE MARKT BESCHIKBAAR?
CO2 blusapparaat:Bediening:Blusapparaat rechtop houden. Naar basis van de vlammen richten op 1 tot 1,5 m van de brandhaard. Spuittrechter vasthouden bij handvat. Continu spuiten op vloeistoffen. Heel efficiënt op vlammen. Aandachtspunten:Wordt enkel gebruikt bij kleine branden. Opgelet voor vrieswonden: -78°C. Poederblusapparaat:Bediening:Blusapparaat rechtop houden. Naar basis van de vlammen richten op 3 tot 4 m van de brandhaard. Onderbroken straal op vaste stoffen. Continu spuiten op vloeistoffen. Snel en efficiënt op vlammen. Autonomie: 15 sec. Aandachtspunten:Schade na blusactie, het poeder kruipt tot in de kleinste hoekjes. Beperkt het zicht. Water met additief blusapparaatBediening:Blusapparaat rechtop houden. Naar basis van de vlammen richten, aftand t.o.v. de brandhaard varieert in functie van de straal. Duurzame blussing dankzij de schuimlaag. Efficiënt op gloeiresten. Onderbroken straal op vaste stoffen. Autonomie: 60 - 90 sec. Aandachtspunten:Weinig schade na blusactie. Traag. MuurhaspelBediening:Naar basis van de vlammen richten, afstand t.o.v. de brandhaard varieert in functie van de straal. Efficiënt op gloeiresten. Onderbroken straal op vaste stoffen. Autonomie: onbeperkt. Aandachtspunten:Schade na blusactie. Gevaar op vloeistoffen. Elektrocutie.
WELK BLUSAPPARAAT GEBRUIK IK BIJ WELKE BRANDHAARD?
CO2-blusapparaatWordt enkel gebruikt bij kleine branden van het type B (ontvlambare vloeistoffen) en het type C (gassen). PoederblusapparaatWordt gebruikt bij branden van het type A (vaste stoffen), het type B (ontvlambare vloeistoffen) en het type C (gassen). D-poeder is een speciaal type poeder die enkel geschikt is voor metaal branden. Water met additief blusapparaatWordt gebruikt bij branden van het type A (vaste stoffen) en het type B (ontvlambare vloeistoffen). MuurhaspelEnkel efficiënt bij branden van het type A (vaste stoffen).
HOE LANG KAN MEN BLUSSEN MET EEN BLUSAPPARAAT?
Dat is per merk en type blusapparaat verschillend onderstaande een schatting van gemiddelde blustijden: CO2-blusapparaat: 20 sec. Poederblusapparaat: 15 sec. Water met additief blusapparaat: 60 - 90 sec. Muurhaspel: onbeperkt.
WAT IS DE LEVENSDUUR VAN EEN DRAAGBAAR BLUSAPPARAAT?
Een brandblusser mag volgens de NEN 2559 maximaal 20 jaar oud zijn. Echter staat in deze zelfde norm dat elke brandblusser na 10 jaar gereviseerd dient te worden. Nu is het uit economische oogpunt goedkoper om na 10 jaar een nieuwe brandblusser aan te schaffen dan deze te laten reviseren.
MOET EEN BLUSAPPARAAT GECONTROLEERD WORDEN?
U, als gebruiker, dient te voorzien in een jaarlijks onderhoud van de brandblusapparaten en de drukflessen, door een bevoegd persoon. Dit onderhoud gebeurt in overeenstemming met de voorgeschreven norm inzake beveiliging tegen brand en indringing. De frequentie kan opgevoerd worden, rekening houdend met omgevingsfactoren of speciale risico's.
HOEVEEL BRANDBLUSSERS MOET IK PLAATSEN?
In de nieuwe norm NEN 4001 is aangegeven hoeveel brandblussers er nu eigenlijk geplaatst moeten worden. Daarbij wordt uitgegaan van een aantal factoren. Hoe groot is het risico op brand? Hoeveel mensen aanwezig? Grootte van het gebouw. Hoe groter het risico, het aantal mensen en het gebouw, hoe meer blussers u moet plaatsen. Bij een groot risico moet u uitgaan van ongeveer 1 brandblusser per 100 m2, bij het minste risico moet u uitgaan van ongeveer 1 blusser per 300 m2. Dit moeten dan wel een poeder of een schuimblusser zijn. Een koolzuurblusser mag u ook plaatsen maar deze moet dan boven op de sterkte geplaatst worden.
WEL OF NIET 1 KEER PER JAAR BRANDBLUSSERS CONTROLEREN?
Met de invoering van het gebruiksbesluit is er ook een wijziging gekomen met betrekking tot de keuringstermijn van kleine blusmiddelen. Hierover is op dit moment landelijk veel onduidelijkheid. Onderhoud dient jaarlijks opnieuw uitgevoerd te worden. Mocht de klant een controle van 1x per twee jaar willen dan nog zal een periode ingeknipt worden van een jaar! Anders voldoet het REOB onderhoudsbedrijf niet aan de norm. Ook moet er goed gekeken worden of er ander criteria zijn waaraan het object moet voldoen. Wellicht dat er op het object een eisende wet of regelgeving van kracht is met betrekking tot de brandpreventieve middelen. Daarnaast is er altijd nog de brandverzekering die een eis neer kan leggen met betrekking tot de brandpreventieve middelen. Ook deze wetten, regelingen en eisen van de brandverzekeraar komen vaak op minimaal 1x per jaar uit! Let dus goed op wanneer er uitspraken worden gedaan met betrekking tot de keuringstermijn van kleine blusmiddelen. In veel gevallen zal de controle 1x per jaar blijven.
WAT ZIJN DE EISEN VAN BRANDBARE STOFFEN EN MATERIALEN?
Terreinen of gedeelten van terreinen waar opslag van brandbare stoffen of materialen plaatsvindt, moeten worden voorzien van aanvullende beveiliging, per 150 m2 of een gedeelte daarvan, bestaande uit: — één 6 kg blustoestel met als blusstof ABC- of BC-poeder of — één 6 l blustoestel met als blusstof water, water met additieven of schuim. In plaats van draagbare blustoestellen kunnen ook verrijdbare blustoestellen worden toegepast. Eén verrijdbaar blustoestel met een inhoud van 50 kg poeder of 45 l of 50 l schuim vervangt daarbij acht draagbare blustoestellen met een inhoud van 6 kg poeder of 6 l schuim, of vijf draagbare blustoestellen met een inhoud van 9 kg of 12 kg poeder of 9 l schuim. OPMERKING: Keuze van de blusstof geschiedt volgens de tabel 1 in de Nen 4001 De blustoestellen moeten zo worden geplaatst dat een snelle, veilige en doelmatige inzet mogelijk is.
HOE MOETEN ROOKMELDERS WORDEN ONDERHOUDEN?
Behalve het periodieke testen met de testschakelaar moet de rookmelder bovendien minimaal 1 keer per jaar met een zachte borstel en de stofzuiger worden schoon gemaakt. Maak ook het deksel schoon met een vochtige doek. Schakel voordat u met het schoonmaken begint de netspanning naar de rookmelders uit! Vergeet na het schoonmaken niet de spanning weer in te schakelen. Minimaal 1 maal in de 4 jaar moeten de batterijen van de rookmelders vervangen worden.
HOE MOETEN ROOKMELDERS WORDEN GETEST?
Test de rookmelder eens per maand door +/- 20 seconden op de testschakelaar te drukken. De elektronische zoemer moet het alarmsignaal geven. U dient de rookmelder altijd na een lange periode van afwezigheid (zoals bijvoorbeeld vakantie) te testen evenals na het vervangen van de batterij of het uitvallen van de netspanning. De rookmelder gaat na een alarm automatisch terug naar de bewakingstoestand wanneer de oorzaak van het alarm (d.w.z. de rook) helemaal verdwenen is. Als de rookmelder niet aan de eisen voldoet, moet u deze onmiddellijk laten repareren of vervangen door een erkend installateur.

Controle en analyse legionella.

WAT IS DE VETERANENZIEKTE?
De veteranenziekte is een ziekte die wordt veroorzaakt door de Legionella-bacterie en die longontsteking tot gevolg kan hebben. Er is ook een lichtere vorm van Legionella-infectie: de Legionella-griep. De veteranenziekte is een ziekte die niet veel voorkomt. De ziekte is niet nieuw. Zij werd in 1976 vastgesteld, toen zich in Philadelphia (VS)een longontsteking-epidemie voordeed tijdens een bijeenkomst van oudstrijders uit de Vietnamoorlog. Per jaar worden in Nederland ongeveer 45 gevallen gemeld. In ongeveer de helft van die gevallen is de infectie opgelopen in het buitenland.
WAAR KOMEN LEGIONELLA BACTERIËN VOOR?
De bacterie die de ziekte veroorzaakt, bevindt zich in zeer lage aantallen in de grond en in het (leiding)water. De Legionella-bacterie vormt een probleem als zij zich heeft kunnen vermenigvuldigen. Dit kan plaatsvinden in water met een temperatuur tussen 25 en 55 graden Celsius. Hierbij kunnen grote aantallen bereikt worden als het water langere tijd stilstaat. Door sterke doorstroming kan aangroei van de bacterie worden voorkomen. Wanneer doorstroming niet in het hele warmwatersysteem kan plaatsvinden, kunnen plaatsen ontstaan waar het water blijft stilstaan (dode hoeken). Op deze plaatsen kan verdere nagroei plaatsvinden. Dit vormt een risico.
KAN IK ALS PARTICULIER WATERMONSTERS LATEN CONTROLEREN OP DE AANWEZIGHEID VAN BACTERIE?
Ja, de controle kan door dezelfde geaccrediteerde laboratoria worden uitgevoerd als waar de waterleidingbedrijven gebruik van maken. Dit is alleen nodig als u twijfelt aan de veiligheid van het warmwatertoestel, bijvoorbeeld als dit defect is.
WELKE ONDERDELEN BINNEN EEN ZWEMBADGELEGENHEID VORMEN EEN BESMETTINGSRISICO?
Die onderdelen waar onvoldoende gechloreerd en gedesinfecteerd wordt, vormen een risico. Douchewater wordt nooit gechloreerd: douches vormen een verhoogd risico indien de watertemperatuur in de leidingen en douchekoppen lager is dan 60 graden Celsius voor het mengen met het koude water. Dit is met name het geval bij douches met een drukknopsysteem.Tevens kunnen whirlpools en bubbelbaden in deze publieke gelegenheden een risico vormen. Het is belangrijk dat er voor deze baden een goed desinfectiesysteem bestaat volgens voorschrift van de fabrikant. Voor uw eigen veiligheid kunt u dit navragen bij de beheerder van de sauna-of zwemgelegenheid.
MOET IK EXTRA OPPASSEN ALS IK EEN (BLOEMEN)TENTOONSTELLING OF BOTANISCHE TUIN BEZOEK?
Het risico op besmetting is op een bloemententoonstelling net zo klein als bijandere evenementen. Bovendien voeren de Inspectie Gezondheidsbescheming, Waren en Veterinaire Zaken, gemeenten en provincies sinds het uitbreken van de Legionella-epidemie in Bovenkarspel, extra veel controles uit.