FAQ Brandbeveiliging

  1. Welke drie factoren spelen een rol bij het ontstaan van een brand?

  2. Wat is een brandblusser?

  3. Welke soorten blussers zijn er op de markt verkrijgbaar?

  4. Welk blusapparaat gebruik ik bij welke brandhaard?

  5. Kan iedere brandblusser hervuld worden?

  6. Hoe lang kan men blussen met een blusapparaat?

  7. Wat is de levensduur van een draagbaar blusapparaat?

  8. Moet een blusapparaat gecontroleerd worden. Is er een wettelijke verplichting?

  9. Is een blusdeken herbruikbaar?

  10. Heb ik garantie op mijn brandblusser?

  11. Hoe hoog moet ik mijn brandblusser ophangen?

  12. Hoeveel brandblussers moet ik plaatsen?

  13. Moet ik mijn brandblusser markeren door middel van een pictogram?

  14. Wat mag de maximale loopafstand naar mijn brandblussers zijn?

  15. Wel óf niet één keer per jaar brandblussers controleren?

  16. Zijn voorzorgsmaatregelen, zoals rookmelders ophangen, verplicht?

  17. Wat is branddoorslag?

  18. Moet ik bij brandgevaarlijke werkzaamheden een blusmiddel hebben?

  19. Wat zijn de eisen voor buitenopslag van brandbare stoffen en materialen?

  20. Wat doe ik met een beschadigde brandblusser?

  21. Waar plaats ik rookmelders?

  22. Waar moet de rookmelder aan voldoen met de eisen uit het nieuwe bouwbesluit?

  23. Waar moet de rookmelder, volgens het nieuwe bouwbesluit, geplaatst worden?

  24. Hoe kan ik rookmelders doorkoppelen?

  25. Moeten rookmelders worden gekoppeld?

  26. Mag ik de rookmelders op verschillende groepen met elkaar verbinden?

  27. Hoe moeten rookmelders worden onderhouden?

  28. Hoe moeten rookmelders worden getest?

  

Welke drie factoren spelen een rol bij het ontstaan van een brand?

De drie elementen die brand veroorzaken vormen de zogenaamde vuurdriehoek. De vuurdriehoek bestaat uit (1) brandbaar materiaal, (2) zuurstof, (3) temperatuur. Zodra één van deze elementen ontbreekt, kan geen brand ontstaan. terug

Welke soorten brandhaarden kan men onderscheiden?

Brandbare stoffen komen voor in vaste vorm, in vloeibare vorm en in gasvorm. Daarom wordt er onderscheid gemaakt in verschillende soorten brand:

  • vaste stofbranden, zoals hout, papier, textiel
  • vloeistofbranden, zoals olie, benzine, alcohol
  • gasbranden, zoals propaan, butaan

Doordat de verschillende brandbare stoffen zich bij brand ten opzichte van elkaar anders gedragen, verschilt ook de aanpak bij het blussen. In onderstaand overzicht zijn de brandklasse weergegeven in de genormeerde symbolen:

Brandklasse A Brandklasse A betekent, dat de blusser een blusstof heeft om branden in vaste stoffen te blussen. Vaste stoffen van organische oorsprong: zoals hout, papier, stro, kunststoffen, kolen.
Brandklasse B Brandklasse B betekent, dat de blusser een blusstof heeft om vloeistofbranden te blussen, zoals olie, benzine, alcohol, sommige kunststoffen, vetstoffen en bitumen.
Brandklasse C Brandklasse C betekent, dat de blusser een blusstof heeft om gasbranden te blussen, zoals propaan, butaan en aardgas.
Brandklasse D Brandklasse D betekent, dat de blusser een blusstof heeft om metaalbranden te blussen. Metaalbranden zijn branden waarbij magnesium, zirkonium, lithium, kalium of natrium betrokken is, en die erg moeilijk, zo niet onmogelijk met bovenstaande brandblussers kunnen worden gedoofd.
Brandklasse F Brandklasse F betekent, dat de blusser een blusstof heeft om frituurbranden te blussen. Frituurbranden zijn moeilijk te blussen met de andere blusstoffen aangezien er vaak herontsteking kan plaatsvinden

 terug

Wat is een brandblusser?

Een brandblusser is een apparaat om het vuur van een kleine brand te doven. Het bestaat uit een cilinder waarin een beperkte hoeveelheid blusmiddel onder druk staat. Er zijn ook blussers waarin zich een drukpatroon bevindt, die eerst geactiveerd (ingeslagen) moet worden via een rode inslagknop boven op de blusser. Door een opening kan het blusmiddel op het vuur gespoten worden. terug

Welke soorten blussers zijn er op de markt verkrijgbaar?

CO2 blusapparaat:

Bediening: 

Blusapparaat rechtop houden.
Naar basis van de vlammen richten op 1 tot 1,5 m van de brandhaard.
Spuittrechter vasthouden bij handvat.
Continu spuiten op vloeistoffen.
Heel efficiënt op vlammen.

Aandachtspunten:

Wordt enkel gebruikt bij kleine branden.
Opgelet voor vrieswonden: -78°C.

Poederblusapparaat:

Bediening:

Blusapparaat rechtop houden.
Naar basis van de vlammen richten op 3 tot 4 m van de brandhaard.
Onderbroken straal op vaste stoffen.
Continu spuiten op vloeistoffen.
Snel en efficiënt op vlammen.
Autonomie: 15 sec.

Aandachtspunten:

Schade na blusactie, het poeder kruipt tot in de kleinste hoekjes.
Beperkt het zicht.

Water met additief blusapparaat

Bediening:

Blusapparaat rechtop houden.
Naar basis van de vlammen richten, aftand t.o.v. de brandhaard varieert in functie van de straal. 
Duurzame blussing dankzij de schuimlaag.
Efficiënt op gloeiresten.
Onderbroken straal op vaste stoffen.
Autonomie: 60 - 90 sec.

Aandachtspunten: 

Weinig schade na blusactie.
Traag.

Muurhaspel

Bediening:

Naar basis van de vlammen richten, afstand t.o.v. de brandhaard varieert in functie van de straal.
Efficiënt op gloeiresten.
Onderbroken straal op vaste stoffen.
Autonomie: onbeperkt.

Aandachtspunten:

Schade na blusactie.
Gevaar op vloeistoffen.
Elektrocutie.

terug

Welk blusapparaat gebruik ik bij welke brandhaard?

CO2-blusapparaat

Wordt enkel gebruikt bij kleine branden van het type B (ontvlambare vloeistoffen) en het type C (gassen).

Poederblusapparaat

Wordt gebruikt bij branden van het type A (vaste stoffen), het type B (ontvlambare vloeistoffen) en het type C (gassen).
D-poeder is een speciaal type poeder die enkel geschikt is voor metaal branden.

Water met additief blusapparaat

Wordt gebruikt bij branden van het type A (vaste stoffen) en het type B (ontvlambare vloeistoffen).

Muurhaspel

Enkel efficiënt bij branden van het type A (vaste stoffen). terug

Kan iedere brandblusser hervuld worden?

Alle in Nederland verkrijgbare blussers dienen voorzien te zijn van een rijkstype keurmerk dit zijn de twee ovale cirkels met daarin een aantal nummers welke veelal rechts onder op het etiket te vinden zijn. Omdat deze voldoen aan de NEN 2559 moeten zijn hervult kunnen worden. LET OP: Het is echter in het merendeel van de gevallen goedkoper om een nieuw blustoestel aan te schaffen dan deze te laten hervullen. terug

Hoe lang kan men blussen met een blusapparaat?

Dat is per merk en type blusapparaat verschillend onderstaande een schatting van gemiddelde blustijden:

  • CO2-blusapparaat: 20 sec.
  • Poederblusapparaat: 15 sec.
  • Water met additief blusapparaat: 60 - 90 sec.
  • Muurhaspel: onbeperkt. terug

Wat is de levensduur van een draagbaar blusapparaat?

Een brandblusser mag volgens de NEN 2559 maximaal 20 jaar oud zijn. Echter staat in deze zelfde norm dat elke brandblusser na 10 jaar gereviseerd dient te worden. Nu is het uit economische oogpunt goedkoper om na 10 jaar een nieuwe brandblusser aan te schaffen dan deze te laten reviseren. terug

Moet een blusapparaat gecontroleerd worden? Is er een wettelijke verplichting?

U, als gebruiker, dient te voorzien in een jaarlijks onderhoud van de brandblusapparaten en de drukflessen, door een bevoegd persoon. Dit onderhoud gebeurt in overeenstemming met de voorgeschreven norm inzake beveiliging tegen brand en indringing. De frequentie kan opgevoerd worden, rekening houdend met omgevingsfactoren of speciale risico's. terug

Is een blusdeken herbruikbaar?

Volgens de norm niet. Maar, er is slechts een thermische afbraak van 2% na 1 uur bij 800 °C. De bluscapaciteit wordt dus nauwelijks aangetast. Naargelang de te blussen brandhaard kan een blusdeken wel sterk vervuild geraken (vb. bij het blussen van een brandende frietketel) waardoor het blusdeken amper te reinigen valt. terug

Heb ik garantie op mijn brandblusser?

Op het brandblusapparaat zit 5 jaar garantie (na aanschafdatum) op fabricagefouten. Het apparaat dient in elk geval onbeschadigd te zijn. Tevens dient de borgpen alsmede de plastic verzegeling boven in de afsluiter nog aanwezig te zijn. Bewaar uw factuur zorgvuldig deze dient namelijk als garantie bewijs. Wanneer de originele verzegeling en/of de originele borgpen niet meer in de afsluiter van de blusser aanwezig is vervalt de garantie. terug

Hoe hoog moet ik mijn brandblusser ophangen?

Volgens de nieuwe NEN 4001 dient een blusmiddel vanaf 5 kg en/of 6 Ltr. op max. 1 meter hoogte te hangen gerekend vanaf de bovenkant van de rode romp tot de grond. Dus niet zoals weleens beweerd word van de onderkant van de blusser tot de grond. Dit kan gevaarlijk zijn wanneer een klein persoon het gewicht van de blusser verkeerd inschat en deze van een dergelijke hoogte van de haak probeert te halen. terug

Hoeveel brandblussers moet ik plaatsen?

In de nieuwe norm NEN 4001 is aangegeven hoeveel brandblussers er nu eigenlijk geplaatst moeten worden. Daarbij wordt uitgegaan van een aantal factoren. Hoe groot is het risico op brand? Hoeveel mensen aanwezig? Grootte van het gebouw. Hoe groter het risico, het aantal mensen en het gebouw, hoe meer blussers u moet plaatsen. Bij een groot risico moet u uitgaan van ongeveer 1 brandblusser per 100 m2, bij het minste risico moet u uitgaan van ongeveer 1 blusser per 300 m2. Dit moeten dan wel een poeder of een schuimblusser zijn. Een koolzuurblusser mag u ook plaatsen maar deze moet dan boven op de sterkte geplaatst worden. terug

Moet ik mijn brandblusser markeren door middel van een pictogram?

De locatie van blustoestellen moet worden gemarkeerd volgens NEN 3011. Indien nodig moet de locatie van het blustoestel met aanvullende borden worden aangegeven (pictogram in combinatie met een pijl voor de richting. De gebruiker moet een overzicht (bij voorkeur in de vorm van een plattegrond) bijhouden waarin type, aantal en locatie van de blusmiddelen zijn opgenomen. terug

Wat mag de maximale loopafstand naar mijn brandblussers zijn?

De blustoestellen moeten zo worden geplaatst dat de loopafstand van enig punt binnen de projecteringszone tot het dichtstbijzijnde blustoestel niet meer is dan 20 meter. terug

Wel óf niet één keer per jaar brandblussers controleren?

Met de invoering van het gebruiksbesluit is er ook een wijziging gekomen met betrekking tot de keuringstermijn van kleine blusmiddelen. Hierover is op dit moment landelijk veel onduidelijkheid. Onderhoud dient jaarlijks opnieuw uitgevoerd te worden. Mocht de klant een controle van 1x per twee jaar willen dan nog zal een periode ingeknipt worden van een jaar! Anders voldoet het REOB onderhoudsbedrijf niet aan de norm. Ook moet er goed gekeken worden of er ander criteria zijn waaraan het object moet voldoen. Wellicht dat er op het object een eisende wet of regelgeving van kracht is met betrekking tot de brandpreventieve middelen. Daarnaast is er altijd nog de brandverzekering die een eis neer kan leggen met betrekking tot de brandpreventieve middelen. Ook deze wetten, regelingen en eisen van de brandverzekeraar komen vaak op minimaal 1x per jaar uit! Let dus goed op wanneer er uitspraken worden gedaan met betrekking tot de keuringstermijn van kleine blusmiddelen. In veel gevallen zal de controle 1x per jaar blijven. terug

Zijn voorzorgsmaatregelen (zoals rookmelders ophangen) verplicht?

We raden het u aan, maar het is niet verplicht. Als u hierin uw verantwoordelijkheid neemt, vergroot u uw eigen veiligheid. terug

Wat is branddoorslag?

Branddoorslag is: uitbreiding van een brand naar een andere ruimte of een ander huis of gebouw via een afscheiding (muur, wand, dak, een deur, enzovoort).
Brandoverslag is: uitbreiding van een brand naar een andere ruimte of een naastgelegen gebouw via de buitenlucht. terug

Moet ik bij brandgevaarlijke werkzaamheden een blusmiddel hebben?

Bij tijdelijke werkzaamheden met open vuur moet tenminste één blustoestel met een inhoud van minimaal 6 kg/6ltr aanwezig zijn binnen 5 m van de werkzaamheden. 
OPMERKING: Op grond van een RI & E kunnen er meerdere blustoestellen worden voorgeschreven. terug

Wat zijn de eisen voor buitenopslag van brandbare stoffen en materialen?

Terreinen of gedeelten van terreinen waar opslag van brandbare stoffen of materialen plaatsvindt, moeten worden voorzien van aanvullende beveiliging, per 150 m2 of een gedeelte daarvan, bestaande uit: — één 6 kg blustoestel met als blusstof ABC- of BC-poeder of — één 6 l blustoestel met als blusstof water, water met additieven of schuim. In plaats van draagbare blustoestellen kunnen ook verrijdbare blustoestellen worden toegepast. Eén verrijdbaar blustoestel met een inhoud van 50 kg poeder of 45 l of 50 l schuim vervangt daarbij acht draagbare blustoestellen met een inhoud van 6 kg poeder of 6 l schuim, of vijf draagbare blustoestellen met een inhoud van 9 kg of 12 kg poeder of 9 l schuim. OPMERKING: Keuze van de blusstof geschiedt volgens de tabel 1 in de Nen 4001 De blustoestellen moeten zo worden geplaatst dat een snelle, veilige en doelmatige inzet mogelijk is.

Wat doe ik met een beschadigde brandblusser?

Als u een blusser op welke wijze ook laat vallen of omver stoot en u ziet een beschadiging dan is het raadzaam om deze te laten keuren door een REOB erkend onderhoudsbedrijf. Dit omdat blustoestellen welke een beschadiging hebben erg gevaarlijk kunnen zijn wanneer deze in werking worden gezet. De erkende monteur kan beoordelen of de blusser nog veilig is om te gebruiken en/of deze vervangen dient te worden. LET OP: Hier zijn in het verleden een groot aantal ongelukken mee gebeurd dus neem hiermee geen enkel risico. terug

Waar plaats ik rookmelders?

Rookmelders moeten aan het plafond hangen en het liefst in het midden van een ruimte maar in ieder geval minstens een halve meter van de wand af. Op iedere verdieping moet minstens één rookmelder hangen. Plaats een rookmelder op de gang aan het plafond waar de meeste deuren van slaapkamers uitkomen.

Rookmelders moeten niet worden aangebracht op plaatsen:

  • Daar waar sterke luchtstroming plaats vindt, zoals in de directe nabijheid van een rooster voor ventilatie/luchtverwarming;
  • Daar waar het veel warmer is dan de rest van de ruimte, zoals boven een radiator of een ander verwarmingstoestel;
  • Daar waar waterdampen of dampen van bakken en braden kunnen hangen, zoals dichtbij de deur van een douche/badkamer of keuken. terug

Waar moet de rookmelder aan voldoen met eisen uit het nieuwe bouwbesluit?

Optische uitvoering goedgekeurde rookmelder op 230 volt (Keurmerkinstituut en BS5446). Ter vergroting van de veiligheid is het raadzaam tevens te kiezen voor doorkoppelen van de rookmelders onderling en een noodstroomvoorziening c.q. batterij back-up die min. 72 uur werkt bij stroomuitval.

Waar moet de rookmelder, volgens nieuwe bouwbesluit, geplaatst worden?

In elke verkeersruimte in een wooneenheid. In de praktijk betekent dit dat op elke woonlaag een rookmelder geplaatst moet worden. terug

Hoe kan ik rookmelders doorkoppelen?

Het doorkoppelen kan met een oranje VD-draad met een Ø van 1,5 mm². terug

Moeten rookmelders worden gekoppeld?

Rookmelders kunnen zowel stand-alone als gekoppeld worden toegepast. Indien meerdere rookmelders worden geplaatst in de verkeersruimten, is het raadzaam om deze onderling te koppelen. Wanneer u slaapt en de deuren gesloten zijn bestaat anders de kans dat het signaal van de verst geplaatste rookmelder niet voldoende is om u te wekken. terug

Mag ik de rookmelders op verschillende groepen met elkaar verbinden?

Nee, er mag geen groepsvermenging plaatsvinden (NEN 1010), ook niet door een relaiscontact (potentiaal vrij). De norm voor rookmelders in woonhuizen (NEN 2555) schrijft zelfs voor dat de rookmelders in woonhuizen gekoppeld moeten zijn en dat deze rookmelders op 1 lichtgroep moeten zitten. terug

Hoe moeten rookmelders worden onderhouden?

Behalve het periodieke testen met de testschakelaar moet de rookmelder bovendien minimaal 1 keer per jaar met een zachte borstel en de stofzuiger worden schoon gemaakt. Maak ook het deksel schoon met een vochtige doek. Schakel voordat u met het schoonmaken begint de netspanning naar de rookmelders uit! Vergeet na het schoonmaken niet de spanning weer in te schakelen. Minimaal 1 maal in de 4 jaar moeten de batterijen van de rookmelders vervangen worden. terug

Hoe moeten rookmelders worden getest?

Test de rookmelder eens per maand door +/- 20 seconden op de testschakelaar te drukken. De elektronische zoemer moet het alarmsignaal geven. U dient de rookmelder altijd na een lange periode van afwezigheid (zoals bijvoorbeeld vakantie) te testen evenals na het vervangen van de batterij of het uitvallen van de netspanning. De rookmelder gaat na een alarm automatisch terug naar de bewakingstoestand wanneer de oorzaak van het alarm (d.w.z. de rook) helemaal verdwenen is. Als de rookmelder niet aan de eisen voldoet, moet u deze onmiddellijk laten repareren of vervangen door een erkend installateur. terug