Nederlandse Richtlijn Bodembescherming

De Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) geeft invulling aan het bodembeschermingbeleid met betrekking tot bedrijfsmatige activiteiten. De NRB beschrijft geschikte combinaties van bodembeschermende voorzieningen en maatregelen voor deze bedrijfsmatige activiteiten. Centraal hierbij staat dat voorzieningen en maatregelen een verwaarloosbaar bodemrisico moeten realiseren voor de duur van deze activiteiten.

In de NRB wordt aangegeven hoe en waar een verwaarloosbaar bodemrisico bereikt kan worden afhankelijk van de soort categorie waarin de bedrijfsmatige activiteiten vallen. Er zijn doorgaans verschillende combinaties van maatregelen en voorzieningen mogelijk in het kader van bodembescherming. Voor bodembedreigende activiteiten worden vijf groepen onderscheiden:

1. opslag bulkvloeistoffen;
2. overslag en intern transport bulkvloeistoffen;
3. opslag en verlading van stort- en stukgoed;
4. procesinstallaties/bewerkingen;
5. activiteiten in werkplaatsen.

Onder de voorzieningen worden fysieke voorzieningen verstaan zoals bijvoorbeeld vloeistofdichte verhardingen en vloeren, lekbakken en vloiestofkerende vloeren. Zulke voorzieningen moeten altijd worden toegepast met de daarbij horende maatregelen.

Nulsituatie en eindsituatie onderzoek

Een bodemonderzoek, dat overigens alleen gericht is op bodembedreigende stoffen die door de bedrijfsmatige activiteiten in de bodem terecht kunnen komen, moet de kwaliteit van de bodem voor aanvang bepalen (nulsituatie onderzoek). Na beëindiging van de bedrijfsmatige activiteiten wordt opnieuw een bodemonderzoek uitgevoerd (eindsituatie onderzoek). Aan de hand van de resultaten wordt dan vastgesteld of de situatie van de bodem ten opzichte van de nulsituatie is veranderd. In geval van verslechtering van de bodemkwaliteit zal deze moeten worden hersteld naar de oorspronkelijke situatie.